‘Gevallen’ vrouwen

1844 – 1877: Theresianenstraat 9, 9000 Gent
1877 – 1957: Sint-Lievenspoortstraat 141, 9000 Gent

Opvang van ‘gevallen’ vrouwen

In 1844 richtten de zusters in de Theresianenstraat aan de Coupure het Huis van Barmhartigheid op voor de opvang en rehabilitatie van jonge vrouwen die uit de prostitutie wilden geraken.

Het initiatief kwam van  8 rijke Gentse dames die zorgden voor de financiering en de opsporing van de ‘zondige, berouwvolle, gevallen’ vrouwen. De dames vertrouwden de dagelijkse zorg en leiding toe aan de zusters. Het huis was een succes. In 1856 waren er al 51 meisjes of ‘penitenten’ en 19 zusters.

Ondanks hun goede bedoelingen deelden de zusters veel van de vooroordelen van hun tijd. Zo schreef zuster-overste in 1844 over de meisjes: “Wegens hun caracter zijn zij vleyende, onagtzaem en vuyl. Zij kennen de spaerzaamheyd niet, en bezitten eene bijzondere manier en slimmigheid om hun van een misdrijf te verschoonen of het zelve afteliegen.”

Wat verder wordt haar toon milder en lezen we dat het voor sommige meisjes “enkelijk uyt ongeluk, bedriegery of onnozelheyd is dat zij een slecht leven aangaen hebben.”

Behoedingshuis

In 1848 startte een tweede afdeling die jonge meisjes uit de arbeidersklasse moest ‘behoeden’ om de prostitutie in te gaan. Dit huis werd dan ook ‘Maison de Préservation’ genoemd. Deze nog ’onbezoedelde’ meisjes werden strikt van de penitenten gescheiden. De enige verbinding tussen de twee huizen was een klein poortje dat enkel de zusters gebruikten. Het huis werd ook een toevluchtsoord voor dienstmeisjes die even zonder werk zaten. Door een brand verhuisden beide afdelingen in 1877 naar de Sint-Lievenspoortstraat.

Magdalenen

De zusters leerden de vrouwen lezen, schrijven en huishoudelijke skills zodat ze later een respectabele job konden opnemen. Verschillende vrouwen werden zo gouvernante of dienstmeid in de kloosters en instellingen van de zusters. Enkele penitenten wilden zelf zuster worden. Omdat het delicaat lag om ex-prostituees toe te laten tot de eigen congregatie, werd voor hen een nieuwe congregatie opgericht: de Magdalenen.

F3-BEL-Brugge, Engelbewaarder-001

Door de strenge toetredingsregels bleef het aantal Magdalenen eerder beperkt.

Evolutie naar school

Rond 1900 waren prostituees en andere ‘gevallen meisjes’ steeds minder een maatschappelijk probleem waardoor het penitentenhuis geleidelijk opging in het behoedingshuis. Dit huis evolueerde op haar beurt steeds meer naar een gewone kostschool met kleuter-, lager en huishoudkundig onderricht, mede door de invoer van de schoolplicht.

A18-BEL-Gent, Sint-Lievenspoort-3a

Tehuis voor gerechtskinderen

In 1913 kreeg het huis ook een erkenning als tehuis voor gerechtskinderen die door een rechter uit huis werden geplaatst omdat ze thuis werden mishandeld of zelf een misdrijf hadden gepleegd. Ze zaten bij de ‘gewone’ kinderen, zodat zij hun voorbeeld konden volgen. In 1957 werd het tehuis definitief gesloten en kwam de dovenschool in de plaats.


Ga verder naar Kleuteropvang (1846)